De Via Egnatia was de verbinding tussen het westelijke en oostelijke deel van het Romeinse Rijk.

 
 

Gebouwd in de 3e eeuw voor Christus (in opdracht van consul Egnatius) als een uitbreiding van de Via Appia, loopt deze het door de Balkan van DurrŽs in AlbaniŽ, MacedoniŽ en via Noord-Griekenland helemaal naar Istanbul (Konstantinopel) in Turkije.

De van oorsprong militaire weg, had een economische en sociale functie voor meer dan twee millennia. Na het verval van het Romeinse Rijk, gebruikte en beschermden de Byzantijnen de weg. Na hen kwamen de Ottomanen, die hun taxcollectors en handel-karavanen langs de route stuurden. 
 

Gebruikt door soldaten en later door kruisvaarders, predikers en bandieten, handelaren en boeren op hun weg naar de lokale markt, tollenaars, karavanen met maximaal tweehonderd muildieren en ezels, beladen met huiden, wijn, hout en zwavel, diende de weg zowel voor lokale als interlokale doeleinden. Veel verschillende etnische groepen maakte gebruik van de Via Egnatia en ontmoetten elkaar langs de paden.: Grieken en joden, Vlachen en Pomaken, Turken, Venetianen, Egyptenaren en Roma.